Maar dat maakte mijn bezoek er niet minder om. Heerlijk genoten van de spelende hazen in het weiland, de kleine donsballetjes die achter moedereend aan door de sloot zwommen en de heerlijke geur van de seringen.
Nog wat stekjes munt geplant en de zaaibedden geïnspecteerd. Even dacht ik dat er al een flinke kommerkruidplant aan het opkomen was, maar het bleek een verdwaalde aardappel van vorig jaar. Maar wat ontdekte ik aan het eind van het aardappelbed van dit jaar? Een heel grote kommerkruidplant. Ik heb dus wat blaadjes geplukt om samen met mijn radijzen te eten. Nog wat daslook erover en een paar wilde blaadjes erbij (kleefkruid en smalle weegbree) en ik had genoeg voor een ieniemienie salade. Ik mag dan niet de eerste zijn die oogstte, maar misschien wel de eerste die een tuinsalade kon eten.
Ook heb ik nog drie stengeltjes rabarber meegenomen. Ik heb ze gebruikt voor een rabarberdrankje. Je snijdt 500 gram rabarber in stukjes, doet ze met 150 gram suiker in een aardewerken kom en giet er twee liter kokend water over. (Ik had maar een onsje rabarber, dus ik heb alle hoeveelheden door vijf gedeeld.) Dan alles afdekken met plasticfolie en 1,5 tot 2 dagen laten staan. De rabarber eruit filteren en je hebt een heerlijk lentedrankje.
Edith

